Amsterdam snuift, de pijn is voor anderen


Onze hoofdstad is een bijzondere plek. Op het eerste gezicht lijken de inwoners heel begaan met de wereld. Het barst er van de veganistische restaurants. De soja-cappuccino klotst er tegen de plinten. Een verrassend groot aandeel Amsterdammers lijkt ervan overtuigd dat ze zichzelf ooit kunnen voeden met de biologische courgettes die ze op hun minibalkonnetjes proberen te kweken. GroenLinks is er de grootste en nergens krijgt de Partij voor de Dieren zoveel stemmen. 

Betrokken en bezorgd, duurzaam en diervriendelijk, groen en links, dat is de uitstraling van Amsterdam. 

En toch stoppen ze er dagelijks vier kilo cocaïne in hun neus. Het product dat wereldwijd een regelrechte humanitaire ravage aanricht. Een product dat in Midden-Amerika buurten te gronde richt, steden opslokt, landen in zijn macht houdt. Geen product dat zo druipt van het bloed en de geplengde moedertranen als cocaïne. Maar hé, je gaat er wel lekker van dansen.

In het rapport De Achterkant van Amsterdam dat deze week verscheen staat dat 39 procent van het uitgaanspubliek toegeeft recentelijk cocaïne te hebben gesnoven. (Het zijn er natuurlijk meer). Dan zijn er nog twee keer zoveel xtc-gebruikers, en 31 procent die speed gebruikt. Harddrugs zijn de normaalste zaak van de wereld in onze hoofdstad. Het rapport signaleert normalisering en decriminalisering.

De politie gaat niet achter een scootertje aan, een dealtje is geen probleem, met dealen en snuiven riskeer je geen strafblad. Het lijkt erop dat wij ons meer druk maken over al die straatjongetjes met hun lachgas-ballonnetjes. Tien keer minder schadelijk, vervuilend, destructief voor zowel producent als consument. Maar de gebruikers ervan zijn niet wit, rijk en gebruiken hun kinderdrugs niet discreet op het toilet. Een schande is het!

En tja, waarom zou je je ook druk maken om een lijntje? Een dag na de presentatie van het rapport werd de rangschikking van veiligste steden ter wereld gepresenteerd en Amsterdam stond op de vierde plek. De drugs druipen er van de gevels maar daar merk je nauwelijks iets van. Ik weet niet of de genoemde problemen veel indruk maakten. Het zijn problemen voor anderen, voor elders, voor ver buiten de veilige bubbel. Amsterdamse pandjes zijn te duur voor een xtc-lab of een wietplantage, dus die vind je in Brabant of Limburg. Daar wordt het afval gedumpt, daar breekt zo nu en dan brand uit of liggen er ineens een paar mensen dood in een lab. Daar wordt het openbaar bestuur ondermijnd en burgermeesters bedreigd. 

Zelfs de slachtoffers komen de gemiddelde hoogopgeleide Amsterdammer niet echt bekend voor. Die ziet zijn negenjarige kind niet zo snel op de uitkijk staan bij deals. Het is niet zijn gezin dat wordt verscheurd door verslaving of afpersing. Zolang de huurmoordenaars een beetje goed mikken heb je zelfs van zo’n liquidatie niet echt last. En het belangrijkste: jij bent het niet die verslaafd raakt, verslaving is voor mensen zonder ruggengraat. Losers. De ander. 

Lees het volledige artikel op NRC.nl / Auteur: Rosanne Hertzberger


Like it? Share with your friends!

0 Comments